Skip to content
Umbrella.jpg

FAQ: Bescherming van de beroepstitel voor vertalers en tolken

Na de publicatie van de Kaderwet betreffende het voeren van de beroepstitel van een dienstverlenend intellectueel beroep en het voeren van de beroepstitel van een ambachtelijk beroep van 24 september 2006 (BS 16 november 2006) overweegt de BKVT de mogelijkheid en de opportuniteit van de bescherming van de titel van vertaler en tolk door middel van een uitvoeringsbesluit.

Situatieschets

Moet een vertaler/tolk zijn kennis bewijzen om zich te vestigen?

Momenteel zijn de beroepen van vertaler en tolk totaal ongereglementeerd. Iedereen mag zich vestigen zonder bewijs van vakkennis. Er wordt verondersteld dat talenkennis een voldoende vereiste is om de beroepen uit te kunnen oefenen, terwijl dit slechts één van de basiscriteria is. Vertalen is een vaardigheid op zich, een bekwaamheid die geoefend moet worden. Behalve de talenkennis is er ook een aanzienlijke culturele bagage nodig, met grondige kennis van de geschiedenis, de politiek en de leefwereld van de landen waarvan de talen worden beoefend. Een gedachte moet vaak helemaal opnieuw in de andere taal geformuleerd worden om goed begrepen te worden of hetzelfde effect teweeg te brengen. Ten slotte is niet in het minst een degelijke kennis onontbeerlijk van de vakgebieden waarover men vertaalt. Een tekst, een toespraak, een betoog, gaan altijd over iets: de vertaler/tolk moet de nodige kennis van zaken hebben.

Volstaat een diploma van vertaler/tolk dan niet?

Er zijn in België negen opleidingsinstituten die vertalers en tolken opleiden tot het niveau van Masters. Deze opleidingsinstituten rusten hun studenten uit met de grondbeginselen van de bovengenoemde kennis en vaardigheden en leren hun vertaal- en tolkvaardigheden. Vertaler en tolk zijn intellectuele beroepen waarin de kennis continu moet worden bijgeschaafd als gevolg van de voortdurende evolutie in de taal, cultuur en techniek. Bijscholing is nodig gedurende de hele verdere loopbaan, zowel in de technische hulpmiddelen (tekstverwerking, zoekmethodes op het internet, computerondersteund vertalen, kennis van andere gebruikelijke software) als in het beoefende vakgebied (men moet meegaan met de evolutie van de maatschappij en de vooruitgang in de wetenschappen). Praktijkervaring is cruciaal.

Wat vraagt de markt?

Vertalen en tolken van wetenschappelijke en technische teksten wordt wel gedoceerd in de opleidingsinstituten, maar een wetenschappelijke “cultuur” is absoluut onontbeerlijk voor sommigen die een sterkere marktpositie wensen of zich willen onderscheiden. Studenten die kiezen voor een opleiding in talen, laten vaak blijken dat de zogenaamde exacte wetenschappen hun niet liggen en vaak menen ze dat ze er geen aanleg voor hebben. Hoewel de opleidingsinstituten cursussen aanbieden om hun studenten de nodige basisbagage mee te geven in verschillende specialiteiten, waaronder de “harde” wetenschappen, blijkt dat de studenten weinig animo vertonen om zich hierin te verdiepen. Vakken als geschiedenis, kunst, rechten scoren aanzienlijk beter. Toch is er een overgrote behoefte aan vertalingen in uiteenlopende vakgebieden waarvoor specialistische kennis vereist is als mileubescherming, geneesmiddelen, chirurgische handleidingen, technische handleidingen, vertalingen van zeer gespecialiseerde wetenschappelijke teksten waarvoor vaak enige kennis van scheikunde en fysica vereist is.

Deze niche van de markt wordt momenteel gevuld door professionelen die een studie hebben voltooid in de exacte wetenschappen en die daarnaast door hun persoonlijke interesse of familiale situatie gevormd zijn in talen. Ook deze beroepsbeoefenaars moeten een erkenning kunnen krijgen als ze aan een aantal voorwaarden voldoen. Het bestaan van een beschermde beroepstitel die deze voorwaarden formuleert en nagaat, kan daartoe een geschikt middel zijn.

Waarom een bescherming van de beroepstitel?

De drempel voor vestiging als vertaler of tolk is momenteel zeer laag. Men vraagt een ondernemingsnummer aan en maakt zich bekend bij mogelijke klanten. Dit kan leiden tot teleurstellingen, niet alleen bij de ondoordacht beginnende ondernemer die zich lanceert als vertaler of tolk, maar ook bij de klanten, die slachtoffer kunnen worden van een onprofessionele en willekeurige dienstverlening. Gehoopt wordt, dat de invoering van een beschermde beroepstitel (op zichzelf nog altijd een niet al te hoge drempel) de beginnende vertaler en tolk ertoe zal aanzetten om de eerste stap grondiger te overwegen. Tevens zal de cliënt, die aanklopt bij een vertaler of tolk die de beschermde beroepstitel voert, erop kunnen vertrouwen dat deze voldoet aan een aantal minimumvereisten die de kwaliteit van zijn vertaling garanderen.

Concreet over de titelbescherming

Wat houdt de bescherming van de beroepstitel in?

Wie voldoet aan de nog vast te leggen voorwaarden, kan zich laten registreren op een centrale lijst, en de titel openlijk voeren.

Ook vennootschappen zullen de beschermde titel mogen voeren, op voorwaarde dat één van de afgevaardigd bestuurders voldoet aan de voorwaarden.

De geregistreerde beroepsbeoefenaars zullen zich moeten houden aan een erecode. Een beroepsbeoefenaar die de erecode schendt, kan geschrapt worden.

Wie de titel onrechtmatig voert, is strafbaar.

Wat houdt bescherming van de beroepstitel niet in?

Bescherming van de beroepstitel betekent geen bescherming van de toegang tot het beroep. Iedereen zal nog altijd mogen vertalen of tolken, maar niet onder de beschermde titel.

Welke procedures zou de vertaler of tolk die zich wil laten registreren moeten volgen?

De vertaler of tolk die zich wil laten registreren, zal bij een centrale beroepscommissie een aanvraag moeten indienen. Deze beroepscommissie zal bestaan uit magistraten en vertegenwoordigers van de beroepen. Jaarlijks moet er een registratierecht betaald worden.

Wat we nog niet weten, is of er een afzonderlijk register wordt opgesteld voor elke (eventuele) beroepstitel die we zouden aanvragen, noch hoeveel de registratie zou kosten.

Wie bepaalt de criteria voor registratie?

Voordat de beroepen beschermd kunnen worden en een registratie tot stand komt, moet er een verzoekschrift worden ingediend bij de bevoegde minister. Dit verzoekschrift moet gezamenlijk worden ingediend door minstens één beroepsfederatie en één interprofessionele federatie. In ons geval zijn dat de BKVT, FVIB (Federatie voor Vrije en Intellectuele Beroepen) en UNPLIB (Union Nationale des Professions Libérales et Intellectuelles de Belgique.

Deze verenigingen stellen samen het verzoekschrift op en preciseren daarin welke titel(s) er beschermd moet(en) worden en wat de criteria zijn voor registratie. Dit voorstel wordt vervolgens onderzocht door de raad voor het verbruik, de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO en de ministerraad. Deze criteria zullen zeer grondig bestudeerd moeten worden.

Wie schrijft de erecode?

Bij het verzoekschrift voor de bescherming van de titel moet een erecode gevoegd worden. Deze erecode behandelt vooral de deontologie rond het voeren van de titel. Het is niet de bedoeling dat deze gedetailleerd ingaat op de uitvoering van het beroep. Voor de opstelling van deze erecode zal gekeken worden naar erecodes voor beroepen du nu al geregistreerd zijn.

Krijgen andere partijen inspraak?

Uiteraard zal er gevraagd worden naar de mening van de leden van de BKVT en van de beschermende leden (opleidingsinstituten). Dit zal in de eerste plaats gebeuren door vragenlijsten die rechtstreeks naar de leden gestuurd worden en via de website voor nietleden. De BKVT staat open voor elke suggestie of bijdrage van andere entiteiten. Neem daartoe contact op met het secretariaat op , of met één van de personen van het bestuur, te vinden op www.cbti-bkvt.org.